start west vlaanderen
Start > meer weten? > jaarverslag
jaarverslag

Een samenvatting van het jaarverslag 2009


Onderweg ben ik zigeuner, onderweg ben ik een kind
van de rusteloze wegen, op vier wielen welgezind
op vier wielen wil ik vluchten, weg uit het nauwe vaderland
naar het bergland naar de rotsen naar den bos- en de waterkant

Onderweg daar zit je veilig onder uw blikken autodak
je mag jodelen en zingen in uwe rammelende rommelbak
onderweg leer je vergeten, gisteren ligt ver achter u
en voor morgen nog geen zorgen, onderweg is ‘t altijd nu

Je passeert langs kathedralen en je duizelt keer op keer
van die stoutmoedige dromen van die bouwers van weleer
en zo leer je blind vertrouwen en vorderen ondanks brute pech
wuif veel liever dan te vloeken naar de kinderen langs de weg

En je loopt door de paleizen met uw hoofd vol romantiek
maar uit krotten en ruïnes klinkt er klaaglijke muziek
deelt uw brood met lotgenoten, zoveel zwervers grauw van vel
langs de gloeiend hete wegen, in steden vol kommer en kwel

Onderweg op markten en pleinen vind je volk mild en gastvrij
en dat schenkt u met handen en voeten zoete vruchten allerlei
en zo vind j’ook uw geliefde, met nog jaren voor de boeg
van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg

Onderweg ben je nomade, soepel plooiend speels van geest
je geeft u over aan de genade, je wordt vrij en onbevreesd
want je botst met tegenstrevers, elkendeen zegt zijne zeg
leer geduldig incasseren van tegenliggers onderweg

Los van vastgeroest’ideeën, onderweg pluk je den dag
pelgrim ben je heel je leven, vorderen doe je liefst zig-zag
haast u haast u uiterst langzaam, want het einddoel is bekend
daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy-end

Ooit als kind ben ik vertrokken, zonder route kaart of plan
onderweg al heel mijn leven, wat is daar de zin toch van
onderweg stel je geen vragen, voor hoelang nog en waarom
onderweg ben je zigeuner, je reist voort en ziet niet om

Willem Vermandere

Het lied van ‘Onderweg’ van Willem Vermandere gebruikten we als leidraad voor de nieuwjaarstoespraak 2010 waar we terugkeken naar het afgelopen werkjaar en naar de betekenis ervan voor het personeel van Start West-Vlaanderen. De tekst leende zich wonderwel om verschillende aspecten van het werk aan te raken.

In dit jaarverslag blikken we op een andere wijze terug op het afgelopen werkjaar. Naast heel wat cijfermateriaal, zoals door Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) gevraagd, proberen we ook de inhoudelijke werking van het jaar 2009 weer te geven. Hierin komen heel wat verscheidene thema’s in de kijker die een weergave zijn van een intensief werkjaar.

In 2009 kenden we opnieuw een toename van het aantal begeleide gezinnen met 9%. Met in totaal 632 gezinnen was de toename vooral te merken in het jongeren- en volwassenenteam (+14%) en in mindere mate bij het kinderteam (+3%). De regionale spreiding van de gezinnen over de provincie blijft goed, behalve voor de regio Veurne - Diksmuide waar het aantal begeleide gezinnen in beide teams beduidend lager ligt. Een verdere analyse van de vraagzijde maar ook van het mogelijk aanbod dringt zich op aangezien er in 2009 voornamelijk bij het kinderteam reeds inspanningen gedaan zijn naar contacten met o.m. de artsen zonder dat hierbij een echt merkbare wijziging optrad in het verwijsgedrag.

Opvallend is ook het groot aantal afgeronde begeleidingen (193). Dit was het gevolg van het in voege treden van de maatregelen die in het begin van het jaar op dienstniveau genomen werden met betrekking tot het terugdringen van het aantal gezinnen die op thuisbegeleiding door onze dienst wachten. Dit was noodzakelijk omdat er voor 2009 helemaal geen uitbreidingsmiddelen voorzien waren. Hierbij werden een aantal afspraken gemaakt over de eindtermijn van een begeleiding. Aspecten als frequentie van begeleiding, de bereidheid van het gezin tot begeleiding, combinaties met ander aanbod, mogelijkheid van erkenning (o.a. artikel 19) en interne en externe verwijzingen werden hier in rekening gebracht om een begeleiding af te ronden. Dit proces werd niet altijd in dank genomen in de gezinnen en was bijgevolg ook geen gemakkelijke taak voor de thuisbegeleider. Naar de afgesloten gezinnen werd wel een kortdurende interventie verzekerd wanneer ze zich binnen de twee jaar opnieuw zouden aanmelden.
Toch willen wij hier beklemtonen dat thuisbegeleiding als ondersteuningsvorm beschikbaar moet zijn zolang er hiervoor een effectieve vraag bestaat vanuit het gezin en niet per definitie beperkt moet worden in tijd. Dit wordt overigens ook niet vastgelegd bij andere meer residentiële ondersteuningsvormen binnen het VAPH. We pleiten verder voor een vraaggestuurd maar verantwoord begeleidingsaanbod. De begeleidingsduur bij de afgeronde begeleidingen geeft aan dat we dit ook in de realiteit toepassen : 40% van de begeleidingen duurt langer dan 3 jaar maar ook 10 (kinderteam) à 15% (jongeren- en volwassenenteam) van de begeleidingen duurt minder dan 1 jaar.

In het besef dat wij in opeenvolgende jaarverslagen in herhaling vallen, moeten we, conform aan onze missie en visie, nogmaals herhalen hoe moeilijk wij het hebben dat onze wachtlijst ook dit jaar nog toegenomen is met een wachttijd die tot een jaar kan uitlopen bij het jongeren- en volwassenenteam. Bij het kinderteam kan slechts een kleine helft en bij het jongeren- en volwassenenteam slechts één derde van de aangemelde gezinnen binnen hetzelfde jaar effectief begeleid worden. Bij het kinderteam kadert hier één van de hoger vermelde maatregelen in waarbij we een onmiddellijke, kortdurende interventie garanderen van 5 begeleidingen bij kinderen onder de twee jaar.

De trend van de voorbije jaren waarbij heel wat jongeren aangemeld worden ( bij het jongeren- en volwassenenteam is de helft van de aangemelde personen jonger dan 20 jaar) blijft aanhouden. Hetzelfde kan gezegd worden van de complexiteit van de vragen. Het aantal gezinnen neemt verder toe waarbij naast de aanwezigheid van een zoon/dochter met een verstandelijke beperking nog andere omstandigheden als fysische of psychische ziekte, armoede, problematische opvoedingssituatie, enz. de problematiek nog verzwaren.

Wie zich in dit jaarverslag verdiept in de meer inhoudelijke aspecten van de werking zal ongetwijfeld akkoord gaan met de vaststelling hoe in beide teams in het afgelopen jaar ook aandacht geschonken is aan het nog verder uitwerken van een goed en divers uitgebouwd begeleidingswerk. Dit uit zich in organisatorische aspecten zoals het splitsen van de gezinsbespreking in twee regionale groepen binnen elk team maar ook in het stil staan bij belangrijke begeleidingsaspecten. Denken we maar aan de toepassing van de MISC (Pnina Klein) bij de ontwikkelingsbegeleiding, aan de aandacht voor de eigen beleving en emotie van het kind, aan het belang van de basiselementen van communicatie (Hanen) maar ook aan specifieke methodieken in het werken met jongeren, aan visualisatie of aan het werken met duplopoppen. Het zijn allemaal uitingen van de grote deskundigheid van de thuisbegeleider en de niet aflatende honger om het begeleidingswerk nog beter en doeltreffender te kunnen doen als antwoord op steeds diversere vragen die de gezinnen stellen.

Ook de ouderwerking kreeg in 2009 een nieuw impuls met de deeltijdse aanwerving van een ouder om de hele werking te coördineren. De lijnen waarin we verder de ouderwerking willen uitbouwen werden uitgetekend en we kijken nu uit naar de realisatie ervan in het huidig werkjaar.

Na de beperkte erkenning in september 2008 van de diensten thuisbegeleiding en begeleid wonen om trajectbegeleiding als afzonderlijke functie aan te bieden werd in het afgelopen jaar zeer intensief gewerkt aan een gezamenlijke uitbouw ervan in het provinciaal samenwerkingsverband. Uit de analyse van de ondersteuningsvragen van de thuisbegeleiding blijkt echter ook hoe sterk wij binnen de dienst trajectmatig werken. Dit betekent dat we de functie trajectbegeleiding samen met andere functies zoals begeleiding, training, behandeling, enz. aanbieden.
De grote uitdaging blijft om trajectbegeleiding als functie aan te bieden los van enige andere vorm van ondersteuning . Als dit niet lukt of als dit niet als meerwaarde aangevoeld wordt, lijkt het ons zinloos om verder de reeds schaarse middelen van de gemeenschap nog eens aan een nieuwe ondersteuningsvorm toe te kennen.

Willem Vermandere haalt in zijn lied het beeld van de zigeuner aan. Onderweg zijn in het werk, steeds opnieuw, los van al wat ons bindt aan plaats en tijd, vol van stoutmoedige dromen zoal de kathedraalbouwers , creatief in het zich aanpassen aan ieder gezin individueel en aan de uitdagingen die op de dienst afkomen.
Start West-Vlaanderen kan een beroep doen op een zeer sterke ploeg van ‘zigeuner’-medewerkers, beroepskrachten en vrijwillig meewerkende ouders. We zijn hen daar zeer dankbaar om !

 Klik hier als u het laatste jaarverslag wil bekijken.